VROUWEN VAN BETHANIň.

 

Het Gezelschap van de Vrouwen van BethaniŽ werd in het leven geroepen door de Nijmeegse hoogleraar Jacques van Ginneken sj (1877-1945).

Bezorgd over de toenemende geloofsafval in Europa zette hij zich in voor een 'wereldbekering', een herkerstening.

Daartoe richtte hij drie lekengroeperingen op: de Vrouwen van BethaniŽ (1919), de Vrouwen van Nazareth (Graalbeweging, 1921) en de Kruisvaarders van Sint Jan (1922).

In 1919 schrijven Van Ginneken en L.J. Willenborg, pastoor te Bloemendaal de regel voor de Vrouwen van BethaniŽ.

In 1932 schrijft pater A. Slijpen sj, bijgestaan door L. de Jong sj, ThťrŤse Huf en Agnes Westermann, een nieuwe regel.

De eerste rechtspersoon van het gezelschap heet "Sint Reinildastichting", genoemd naar de patrones van de catechisten.

In 1948 verandert deze naam in "Reinildastichting".

Wanneer de orden en congregaties in 1976 door het civiel recht als rechtspersonen worden erkend, verandert de naam van het gezelschap in "Congregatie Vrouwen van BethaniŽ".

 

1. BRIEF AAN ZUSTER AGNES -PALMZONDAG 1924

 

2. BRIEF MET TEKENING "DE KRUIS-SPROKKEL" UIT 1922

 

3. BRIEFJE  MET TEKENING "LICHTBEELDEN IN REINILDAHUIS" UIT 1924

 

4. KERSTGAVE REINILDAHUIS  "KRUISRIDDER TE PAARD" UIT 1926